Van 3D naar 5D vraagt fundamentele besluiten

9 mei 2017 - Dit is Werken bij BAM! / Digital construction / Kennis / Projecten / Stage / afstuderen

Een proef bij project Stationsgebied Driebergen-Zeist laat zien dat met 5D een volgende stap kan worden gezet in digitalisering van het bouwproces.

Door het 3D-model te koppelen aan de planningen (4D) en de kosten kan men per dag inzicht krijgen in de complete kasstroom van een project. Dat is de kern van 5D.

BAM verwierf vorig opdracht voor de bouw van een nieuw NS-station Driebergen-Zeist, herinrichting van het stationsgebied en de aanleg van een onderdoorgang. Bij het project werken BAM en ProRail nauw samen met de provincie Utrecht, de gemeenten Utrechtse Heuvelrug en Zeist en het ministerie van Infrastructuur en Milieu.

‘De proef met 5D is op ons verzoek uitgevoerd door Jan Treure, student civiele techniek aan de Hogeschool van Arnhem. Een 5D-model kan ons helpen controle te houden over de kosten, de planning en een combinatie daarvan’, zegt Angela van der Hoek, specialist BIM bij BAM Infraconsult.

Behalve het ingenieursbureau van BAM Infra werkt ook BAM Advies & Engineering aan het project. Wim van Willegen, projectleider BIM Center van BAM Advies & Engineering:  ‘Het is een integraal project waarbij vele BAM-disciplines zijn betrokken. Civiel, Rail en Wegen van BAM Infra voor de verdiepte bak, waaronder een onderdoorgang, een fietsenkelder en een waterkelder, de bouwkuip, de verdubbeling van het aantal sporen en de aansluitende wegenwerken. BAM Bouw en Techniek is verantwoordelijk voor de bouw en aankleding van het stationsgebouw, inrichting van de fietsenkelder, inclusief alle elektrotechnische en werktuigbouwkundige installaties. BAM Infraconsult en BAM Advies & Engineering nemen het ontwerp voor hun rekening.’

5D Driebergen-Zeist
Render van het project

 

Andere eisen

Alle partijen werken samen in één 3D-model, maar dat gaat niet zomaar. Van der Hoek: ‘BAM Infra werkt veelal voor andere opdrachtgevers dan BAM Bouw en Techniek doet. Andere opdrachtgevers hebben andere behoeften en stellen andere eisen. Daardoor is sprake van verschillen in de ontwikkeling van 3D-modellen. Om toch een taal te spreken binnen de modellen van alle disciplines is hier gekozen voor de coderingen die worden gebruikt in de utiliteitsbouw. Deze worden op de infra-onderdelen aangevuld, zodat eenheid ontstaat. Het is van belang te komen tot een goede standaard. In die zin geldt dit project als voorbeeld voor de integrale projecten die gaan volgen. Alle ogen zijn op ons gericht.’

Coördinatiemodel

Van Willegen: ‘Tot aan het definitief ontwerp produceren we geen tekeningen. Alle partijen doen hun controles in een coördinatiemodel. ProRail staat ook open voor deze aanpak. De disciplineleiders en projectmanagers toetsen elke week aan de hand van dit model of het ontwerp bouwbaar is. Deze werkwijze wordt als prettig ervaren. De uitvoerder loopt in het model de faseringen door. Nu nog op de laptop, maar als de werkzaamheden buiten zijn gestart, kan dat ook buiten met een iPad.’

Nieuwe functie

Van der Hoek: ‘Zeker voor de vervolgstap via 4D naar 5D is het belangrijk dat iedereen dezelfde taal spreekt. Zoiets beslis je niet op projectniveau, maar dat moet gebeuren op bedrijfsniveau. De techniek is er, maar er zullen besluiten moeten worden genomen over wie verantwoordelijk is voor wat. In het systeem worden alle elementen opgenomen en aan elkaar gekoppeld. Je gaat met elkaars data aan de slag. Eigenlijk is een nieuwe functie vereist, een medewerker die tussen of boven die bestaande disciplines staat en ervoor zorgt dat alle data uitwisselbaar is binnen een standaard-werkproces. Het is een van de onderwerpen waarover de Digital Construction Community (voorheen bekend als BIM Council) zich nu buigt.’ 

5D Driebergen-ZeistWim van Willegen en Angela van der Hoek